
Wet op de Raad van State
Artikel 4
1
Er kunnen staatsraden in buitengewone dienst worden benoemd ten getale van ten hoogste 50. De artikelen 3, 3a en 32 tot en met 35 zijn op hen van overeenkomstige toepassing.
2
Zij worden gekozen uit hen, die bewijzen hebben gegeven van bekwaamheid in zaken van wetgeving, bestuur of rechtspraak dan wel van bijzondere deskundigheid in aangelegenheden, die de wetgeving, het bestuur of de rechtspraak raken.
3
Zij kunnen bij koninklijk besluit worden aangewezen om voor een bepaalde tijd, doch voor ten hoogste vijf jaar, twee vijfde deel, de helft, drie vijfde deel of vier vijfde deel van de taak van een staatsraad te vervullen en hebben alsdan gelijke bevoegdheid als de staatsraden.
4
De staatsraden in buitengewone dienst die niet ingevolge het derde lid een vaste deeltaak vervullen kunnen door de vice-president worden opgeroepen om deel te nemen aan bepaalde werkzaamheden van de Raad en hebben alsdan gelijke bevoegdheid als de staatsraden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.